Flandrien Cyrille – ‘Tour de Cyrille’ – Dag 10: “Mijn benen deden gewoon wat ik vroeg”

  

Ik heb een vree goeie dag gehad. Het begon eigenlijk niet goed. Ik had het gevoel dat ik niet zo’n goeie benen had. Maar na het telefoontje van Radio 2 ben ik definitief in gang geschoten. Het parcours was de eerste 50-60 kilometer zeker zo lastig als gisteren. Maar ik moet zeggen, het ging goed. En eigenlijk altijd maar beter en beter. Mijn benen deden gewoon wat ik vroeg.
Het parcours is dan wat beter geworden. Van zwaar golvend naar licht golvend, tot ‘vals plat’. Wel dezelfde geweldige tegenwind als gisteren. Ik ben echt wel in mijn tempo gekomen. Ik heb doorgetrokken. Net voor de middag heb ik wat pauze gepakt. Dat wat ik bij me had opgegeten. Mijn gerief, tent en kleren, eens laten drogen. Een kwartiertje geslapen en dan terug vertrokken.” Flandrien Cyrille rijdt dan in ‘enen troc’ door tot in Chartres. Meteen ook de plaats waar hij overnacht. Een dag van opnieuw 175 kilometer. “Ik zit op schema. Ik peis dat ik de eindsprint heb ingezet.” Nog even over dat goede gevoel vandaag. “Hoe komt het dat ik vandaag zo’n goeie benen had? Ik begrijp het zelf niet goed. Gisteren en eergisteren waren telkens een zware beproeving. Maar de benen hebben dat blijkbaar goed verteerd. En misschien het telefoontje van vanmorgen. Niet dat van Radio 2, maar met mijn vrouwke. Ik heb eens gebeld naar huis. Het was al tien dagen geleden. Dat zal ook wel iets gegeven hebben zeker. (lacht). Goed, ik zoek hier straks een hotelleke. Er zijn er wel een paar aan de rand van Chartres. Ik heb hier al een Formule 1-hotel gezien. Ik heb behoefte aan een beetje slaap. Mijn keel ‘staat ruig’. Ik moet oppassen dat ik geen verkoudheid krijg. Wat mij tegenvalt is het kamperen buiten. Het is eind september en die nachten zijn enorm vochtig. ‘s Morgens wanneer ik opsta is alles vochtig, ook mijn kleren. Ik krijg met moeite alles droog onderweg. Ik zet alles op mijn fiets achteraan. Ik draai en vervang dan wel eens en te drogen stuk, maar het is moeilijk om alles droog te krijgen. Dus na twee dagen buiten slapen, is terug een hotelletje niet slecht. Ik heb er zin in morgen. Ik mik om morgen toch eens de 200 te doen. Maar ik moet eerst nog eens rekenen. Ik heb nog drie dagen he. Binnen drie dagen moet ik in Menen staan. Dat moet lukken. Ik zie het zitten. De aankomst begint te kriebelen.”

Tot slot hebben we het nog over de fiets achter de man. Het ding dat al dagen smeekt om een rustdag. “Mijn fiets heeft wel een beetje onderhoud nodig. Mijn ‘vrijwiel’ achteraan moet zeker opnieuw gesmeerd worden. Ik ben vandaag een keer te voet moeten gaan. In de afdaling. Deze was te steil. Mijn remmen konden het eenvoudig weg niet bolwerken. Ik moet zeggen, mijn linkerschoen daar zit ik al door. Met mijn rechterschoen rem ik niet zoveel. Dus moet ik me voornemen om wat meer met mijn rechtervoet te remmen. Die linkerschoen moet ik echt sparen of ik geraak niet thuis met die linkerschoen. Mijn ketting is denk ik ook wat uitgerokken dus moet ik mijn wiel wat naar achter schuiven. Mijn achterwiel heeft redelijk wat slag. Ik heb mijn rem zoveel als mogelijk opengezet, maar het helpt niet. Het blijft tikken. Dat wiel rechten met de bagage erop dat gaat niet. De bagage moet er dus af, fiets ondersteboven en wiel rechten. Ik moet me daar vanavond eens mee bezig houden. Dat is zo’n precisiewerkje. Je moet dat rustig doen, je mag dat niet gehaast doen. Want anders komt dat niet goed. Ik kan dat wel goed, dat is het probleem niet. Vandaar ook een hotelletje zodat ik dat op mijn gemak kan doen.”

Bekijk hieronder de relive van de tiende etappe. 




Verwante posts