Achtste etappe Brussel-Oosteeklo

  

Felle zonnestralen verlichten de kamer. Geen nachtelijk gestommel op zoek naar kleren, eten en drank. Het is negen ‘s morgens en ik heb nog alle tijd. Vandaag keren we terug naar de thuisbasis van de organisatie. Het kloppende hart van het Meetjesland. De parel van Assenede, Oosteeklo. De etappe van de vorm. Het orgelpunt van een uitzonderlijk sportieve prestatie. De champagnerit, zeg maar. Gisterenavond genoot ik samen met de familie van een etentje in het mooie Meise. Zij het met een fris streekbier. De zachte waterstralen van de douche doen deugd. In de spiegel zie ik een afgetraind fietserslijf met bijhorend rennersbruin. Wanneer ik de trap afga, komt de huiselijke geur van dampende koffie en kraakvers brood me tegemoet. In de gezellige ontbijtruimte, neem ik rustig de tijd om te genieten van de zoetigheid die ik in de afgelopen maanden meed. Na twee weken ontbijten in de auto, doet het oude normaal me deugd

Na het ontbijt, trek ik vol trots de officiële outfit van de Omloop van de Slagvelden aan. Een trui die je moet verdienen. Daarna terug naar beneden om samen met mijn vader het materiaal te bekijken. Klaarmaken van de eerste bidons en aanvullen van eten. Al moet er voor deze rit niet zo gek veel mee. Een afstand van tachtig, negentig kilometer is na zeven etappes extreem kort. Alles is relatief. Dat wist Einstein al. Nog even een foto met mijn vader en dan de auto in

Mesdames et Messieurs à votre droite vous voyez l”Atomium. Waterkeyns wonder. Negen machtig blinkende bollen van roestvrij staal in wiens schaduw zich mondjesmaat zevenenvijftig helden van ijzer verzamelen. Ik maak links en rechts een praatje, maar zoek vooral de schaduw op. Het is opnieuw een heel zonnige dag. Even treed ik uit de schaduw voor het nemen van enkele individuele foto’s en een groepsfoto. Waarop we van fotograaf Andy meteen ook een spoedcursus Oosteekloos krijgen.

Om kwart over twaalf toetert Remi voor een laatste keer de karavaan op gang. De Brusselse politie escorteert ons vanop de mountainbike tot aan de grenzen van Brussel. Ik rijd helemaal vooraan rustig mee. Buiten Brussel fietsen we doorheen het landelijke Brussegem. Het geboortedorp van mijn overgrootvader die tijdens de Groote Oorlog onder meer in de loopgraven bij de eerste Slag bij Ieper vocht. Deze waarbij de Duitsers voor het eerst het uiterst giftige mosterdgas op de vijand loslieten. Het volledige verhaal lees je later op deze website.

Even verder worden we getrakteerd op het prachtige zicht op Brussel. Veel tijd om te genieten zonder meer is er niet. Een van de eerste kasseistroken in 2000 kilometer dient zich aan. Liever kasseien voor mij dan hellingen. Ik houd er het tempo in. Vervolgens gaan we aan het gemeentehuis van Samson en Gert, dat van Asse voor de niet-kenners, rechtsaf.

Via Hekelgem en Erembodegem slingert het naar Aalst waar heel wat mannen en ik meen ook Connie de remmen dichtknijpen aan fietscafé de Cimorné. Deelnemer Stephan is er vaste klant en na ons bezoek zijn er minstens een paar nieuwe fans. Deze stop gebeurt achter mij.

Ondertussen baan ik mij in mijn beste Duits keuvelend een weg aan de zijde van Der Panzerwagen, Peter. De Brusselsesteenweg, daar wordt geen enkele fietser blij van. We zijn dan ook opgelucht wanneer iedereen heelhuids Gent bereikt. Via de Visserij en de Baudelokaai, bereik ik de de controlepost in het MIAT aan de Minnemeers in hartje Gent. De broodjeszaak is duidelijk niet voorbereid op deze plotse toestroom, maar wij hebben tijd. Ik stel vast dat ik eigenlijk niemand echt goed ken. Links en rechts staan duo’s of grotere groepjes te praten. Mannen die de afgelopen weken soms kilometers, urenlang samen langs Franse wegen reden. Ik koos bewust voor de eenzame ritten met een minimum aan tijd bij de controleposten. Het gevolg is dus wel dat het wat meer zoeken is op dit moment. We hebben nog een zee van tijd en groepjes zwermen uit naar terrasjes. Ik blijf nog even aan de ingang van het MIAT. Na een halfuur vertrek ik en kronkel door het historische centrum. Voorbij het Gravensteen, door het Patershol langs de Korenlei en zo verder langs de Sint-Michielskerk.

De rit gaat via Lovendegem naar Waarschoot. Al wordt sinds de recente fusie ook wel gesproken van Lievegem. Ik zie op de steenweg voor me links en rechts mensen staan. Eens tussen de huizen, is er slechts een kleine doorgang voor de renners. Het lijkt wel de aankomst van een bergetapppe in de Tour de France. Onbekende mensen die je feliciteren met handgeklap en schouderklopjes. Een zalig en tegelijk nieuw gevoel. Na wat geschuifel staat Rebecca voor me. Enfin, zeg maar Beckie. Een van die vrijwilligers die samen met haar man dit avontuur gemaakt heeft tot wat het is. Met de ogen én wangen vol vreugdetranen omhelst ze me. Dat doet ze bij elke renner. Zo fier is ze op ‘haar jongens’. Ook de andere vrijwilligers vormen als het ware een erehaag. Het ontroert me die waardering en ze is wederzijds. Een laatste stempel aan de controletafel en dan kan het feest eigenlijk al beginnen. De lokale wijnhandel heeft de nodige tapkranen met jawel, bier, klaar staan om de dorstige renners te laven. Met dit warme weer is het belangrijk om voldoende te drinken. Er is een blonde en bruine variant van het lekkere streekbier.

Na twee uur drinken, babbelen en drinken, gaan we in groep klaar staan om de laatste tien kilometer van de tocht af te werken. De helden van het Meetjesland nemen helemaal vooraan plaats. Eens de oldtimers vertrokken zijn, volgen de fietsers. Wat dan volgt overtreft onze stoutste dromen. In Lembeke worden we door brandweer en politie getrakteerd op een ere-saluut. Om even heel bescheiden van te worden. De helden die elke dag klaarstaan voor anderen brengen dit gebaar. Ik voel me gevleid, maar ook ietwat gegeneerd. Van dan af stopt het niet. Van zangkoren over jeugdbewegingen en veel heel veel enthousiaste mensen met wapperende vlaggen langs de kant. In Oosteeklo is het volksfeest compleet. Voor de laatste bocht zie ik vrienden en familie staan. Fier peddel ik tussen de dikke drommen richting finish. Na de meet ga ik even alleen staan. Dit was het dan. Daar waarvoor ik negen maanden alles heb gegeven zit erop. Een fantastisch gevoel om dit met zoveel mensen te kunnen delen. Na het douchen een pintje met de vele vrienden die zijn afgekomen, doet deugd. Daarna gaat het richting de spiegeltent waar ik tijdens een mooie slotshow mijn oorkonde ontvang uit handen van de laatste Belg die een grote ronde won. Het gaat om streekgenoot en peter van deze organisatie, Johan De Muynck die in 1978 de Giro won. Na de show zijn er frietjes voor de deelnemers. De fietsers haal je er zo uit. Ik stel vast dat drie, vier bakjes friet de normale portie is voor een held van de Omloop. Er wordt nog wat nagepraat en daarna rijd ik samen met mijn vriendin trots naar huis. Met de auto ditmaal.

Bedankt aan mijn familie die mij de ganse periode gesteund heeft. Die begrip had voor mijn afwezigheid. Bedankt ook aan de organisatie en aan alle deelnemers om dit avontuur mogelijk te maken




Verwante posts