Flandrien Cyrille – ‘Tour de Cyrille’ – Dag 6: “De ‘Modderduivel’ van het Canal de Garonne”

  

We hebben goed geslapen. De fiets heeft zijn onderhoud gehad. De wielen zijn gerecht en alles is eens gesmeerd. Ik bel je nu van aan een bakkerij bij een haventje langs het Canal du Midi. Ik heb mij hier goed kunnen bevoorraden. Eigenlijk heb ik nu alles mee wat ik nodig heb om een ganse dag continue te fietsen. Misschien enkel nog eens stoppen om iets te drinken, maar eten heb ik genoeg. Het is trouwens ondertussen ook mijn tweede koffietje. We zijn startklaar. Ik moet zeggen, ik heb er goesting in. Het weer ziet er pefect uit. Een stralende dag. Ik heb zin om de hele dag rustig te peddelen en kilometers te maken. In de hoop dat we vandaag ergens geraken. Ik maak er geen rustdag van.

Vandaag gaan we voorbij Toulouse en naar Bordeaux. Die laatste stad is het keerpunt. Vanaf Bordeaux is het in één rechte lijn tot in Moorslede. Vanaf dan is het maar een ‘trocje’ meer van ‘slechts’  duizend kilometer.

Iets na 19u ‘s avonds belt Flandrien Cyrille ons. “Ik ben nog aan het fietsen, maar bel al even met een eerste relaas van de dag. Het was allesbehalve een troosteloze dag zonder beleving. Ondanks het feit dat ik de ganse dag op een fietsautostrade reed.”

Tot aan Toulouse was het pad langs het Canal du Midi perfect. Vanaf Toulouse kwam ie op het Canal de Garonne op een fietsautostrade. “Die autostrade volg ik nu al de ganse dag. Het enige wat je bij wijze van afwisseling eens moet doen, is een brugje over om verder te rijden langs de andere kant van het kanaal. Bovendien zijn het ook nog eens hele mooie en oude brugjes. Dat doet in zekere zin iets af van de historische beleving.” In 1908 was een fietsautostrade inderdaad nog pure science-fiction.

“De ganse voormiddag regende het zachtjes. In de namiddag zijn de hemelsluizen volledig opengezet. Na drie à vier uur was ik drijfnat.” Op het moment dat Cyrille ons belt is het gestopt met regen en schijnt de zon terug. “Ik ben langzaam aan terug droog aan het worden. Het is beter dat ik verder fiets zodat zowel mijn kleren als ikzelf droog zijn op het moment dat ik stop.”

“De fiets begint te kraken van zodra het regent. Die ‘pignon libre’ kan blijkbaar echt niet tegen de regen. Ik heb toch wel twee keer gestopt om wat olie over te spuiten. Het is daarna dan toch wel wat beter. Al is het toch nog niet naar mijn goesting. Vanavond ga ik mijn fiets zeker eens platleggen en die pignon eens goed doorsmeren, opdat het vuil eruit is. Maar ook de ketting moet terug goed gesmeerd worden. Van mijn achterrem ben ik een veertje kwijt. Daardoor slaat de rem naar een kant en heb ik dus wrijving. Dan heb ik het andere veertje ook maar losgemaakt. Hoewel ik veertjes bij me heb, maar dat is een ‘prutswerkje’ dat ik wel eens zal doen. Voorlopig heb ik het opengezet en heb ik dus geen achterrem. Ik heb enkel mijn stempelrem op mijn voorwiel. Deze is echter ook bijna op. Vanavond moet ik er dus zeker een nieuw stempelrem op monteren. Het is enkel het rubberen blokje dat ik moet vervangen. Daarvan heb ik er zeker genoeg mee. Die mannen vroeger moeten toch altijd een ‘oliepulleke’ en reservemateriaal bij zich hebben gehad, dat kan toch bijna niet anders. Zeker op die lange monsterritten van de Tour de France was dit toch nodig om te kunnen blijven rijden. Dus qua beleving is het rijden op zo’n historische fiets sowieso al iets wat kan tellen.”

Als  ik nog een uur fiets, heb ik 200 kilometer. Ik ga zeker niet vroeger stoppen. Ik ondervind dat ik meer moet eten. Meer en regelmatiger eten. Er is onderweg echter niets om te eten. Als er dan al iets is langs dit kanaal, is het dicht omwille van het slechte weer. Tot ik op een bepaald iemand op een brug waar ik net onderdoor reed zag wandelen met een ‘Frans brood’. Toen wist ik, hier moet ik af. Iemand die hier met een vers ‘Frans brood’ wandelt kan van niet ver komen. En effectief, honderd meter van die brug was er een bakkerij met alles erop en eraan. Ik heb dus eens goed gegeten en me bevoorraad voor vanavond. Dat biedt het groter voordeel dat ik vanavond kan stoppen waar ik wil. Eigenlijk weet ik al waar ik vanavond stop. Ik heb al onder ontelbare brugjes gefietst langs dit kanaal. Bij ieder brugje heb je aan de andere kant van waar de fietsautostrade loopt, ook een droog stukje beton onder de brug. Dus vanavond fiets ik een brugje naar keuze over en kruip dan onder de brug om te slapen. Bijkomend voordeel is ook dat ik mijn tent niet moet opzetten. Mijn matje uitrollen en ik kan slapen. Hier passeert toch niemand. Met uitzondering van misschien enkele bikepackers. Dit stuk ligt blijkbaar op een fietsroute die je van zee tot zee brengt.’ (n.v.d.r. de route loopt van de Middelandse zee naar de Atlantische Oceaan. Waar de meeste stervelingen tevreden zijn met de 400 kilometer lange route van Montpellier naar Bordeaux langs de beide kanalen, is dit voor Flandrien Cyrille een tussendoortje).

“Ik ben toch ook een bikepacker tegegekomen met een ‘hoekske’ af.” Dat vertelde die man wellicht ook thuis. “Dat was een jonge gast met een eenvoudig bepakte fiets met daarachter een fietskar voor kinderen. Geen kinderen, maar wel zijn twee honden. Hij reis dus door gans Frankrijk met zijn twee honden. Ongelooflijk he, ik ben dus niet de enige man met een klein hoekje af. Goed, ik ga nog wat fietsen!”

En plots is Cyrille daar opnieuw met een anekdote. “Toen ik vandaag door de striemende regen reed, waande ik me voor heel even Cyrille Van Hauwaert. In Frankrijk werd hij niet voor niks L’homme de boue’ (n.v.d.r. ‘de modderduivel’) genoemd. Cyrille Van Hauwaert was op zijn best bij slecht weer. Enkel extreme koude kon hem klein krijgen. Bij regenweer en felle wind was hij echter niet te kloppen. Dat droeg vandaag extra bij aan die beleving.”

Hij lijkt opnieuw af te sluiten, tot plots. “Ah ja, nog iets. Blijkbaar ben ik nu stroomafwaarts aan het rijden en tot In Toulouse, langs het Canal du Midi, was het stroomopwaarts. Canal du Midi stroomt dus naar de Middelandse zee vanwaar ik kom. Vanaf Toulouse stroomt het water de andere kant uit richting Bordeaux en in de Atlantische Oceaan. Ik vraag mij dus oprecht af vanwaar al dat water komt.”

Met deze ‘gedachtenstroom’ sluiten we de zesde dag van de ‘Tour de Cyrille’ af.

Bekijk hieronder zeker de ‘Relive’ en beleef mee het avontuur in het wiel van Flandrien Cyrille.




Verwante posts